Snel naar:
De SOZ-nieuwjaarsborrel in januari 2022 was nog volledig digitaal, maar al snel werd de weg ingezet naar het ‘oude normaal’. Er kon weer op kantoor worden gewerkt, dus vroeg de directie medewerkers om naar kantoor te komen. Na twee jaar thuiswerken was dat geen vanzelfsprekendheid.
In januari 2022 was Nederland nog in lockdown. Het ging over wandelen om te bewegen, te ontspannen en om met elkaar in contact te blijven. Vanaf februari ging de universiteit weer open om te werken. Dus ook daar konden we samenkomen. De SOZ-directie verzocht medewerkers om weer naar het Gravensteen, Plexus en USC te komen, binnen de kaders die de universiteit hanteerde: de helft van je aanstelling werk je op kantoor.
In juni kwamen de meeste medewerkers in ieder geval één keer per week naar kantoor. Daar kon nog wel een tandje bij, vond de directie. Uit de nieuwsbrief van juni: “Na de vakantie, met de start van het nieuw academisch jaar, is het wel echt de bedoeling dat iedereen (uitzonderingen daargelaten) weer minimaal de helft van de werktijd op kantoor is.”
Voor sommigen veranderde er niet veel. Daniël Brandt van Functioneel Beheer werkte vanaf 2021 al hybride. “De grote verandering was dat we weer op kantoor konden overleggen.” Mark Siezenga, ICT-ondersteuner bij het USC, zag dat de meeste collega’s al snel thuis en op locatie werken weer combineerden. “Zelf ben ik ongeveer 50 procent thuis en 50 procent op locatie aan het werk.”
Toch is het hybride werken een blijvertje, denkt Brandt: “Voor veel mensen is wel gebleken dat een combinatie van het digitale en op locatie heel efficiënt is. Ik denk dan ook dat een combinatie van het digitale onderwijs en thuiswerken niet meer gaat verdwijnen en dat we op die ingeslagen weg verder zullen gaan.”
Mark Siezenga is het met Brandt eens, maar constateert dat het contact met collega’s wel is veranderd, doordat er meer thuis wordt gewerkt. “Voorheen ging je bij het kantoor langs om het één en ander te vragen, dat is met thuiswerken wel ietsje lastiger geworden.” Ook Brandt mist de persoonlijke onderonsjes.
Siezenga maakt daar een kanttekening bij. “Een aantal USC-medewerkers móet aanwezig zijn. Zij staan bij de receptie en in de horeca. Dat kan je echt niet thuis doen. Thuis kunnen werken is ook een luxe. Gelukkig blijven de lijntjes tussen de kantoorwerkers en de mensen die op locatie moeten werken kort, hoewel dat in het begin van de corona-periode wel even wennen was.”
In 2021 telde de HOP in Den Haag nog 745 studenten en die samen kwamen op één locatie: in de tuin van Clingendael. In 2022 zwermden 1097 studenten als vanouds over de stad: het Zuiderpark, het Huygenspark, het strand bij Scheveningen, ambassades, universiteitsgebouwen en Madurodam.
“We hadden niet verwacht dat we zoveel deelnemers zouden krijgen”, zegt Sanne Morsink, verantwoordelijk voor de officiële introductieweek voor alle nieuwe Haagse studenten van de Universiteit Leiden. “Het was echt terug naar hoe het voor corona was.”
“De introductieweek had als motto ‘HOP on board’ en leunde traditiegetrouw op drie pijlers: de stad, de studie en het studentenleven”, vertelt Morsink. “We hadden weer een fysieke opening, met onder meer de wethouder Onderwijs van de gemeente Den Haag.”
De HOP kende enkele nieuwe onderdelen. Een ervan was de carrièreochtend, voor ambitieuze eerstejaarsstudenten die al nadachten over hun carrière. Daar waren de bezoekjes aan ambassades ook voor bedoeld. Echt een uitje was Madurodam, waar veel studenten heen gingen. Daarnaast deden de vertrouwde onderdelen het goed. Morsink: “De sportdag op vrijdagochtend was meestal een rustige activiteit, maar nu was het een bruisend evenement, met rugby en voetbal.”
Wat uit de coronatijd is gebleven, is de app. Daarmee konden eerstejaars zich inschrijven voor een evenement. Morsink: “Zo konden we ervoor zorgen dat het niet te druk werd. Bijkomend voordeel: eerstejaarsstudenten kwamen niet teleurgesteld voor een dichte deur te staan.”
In de jaren 2020 en 2021 liepen Studium Generale, het LAK en HOVO hard tegen de beperkingen van COVID-19 aan. Het jaar 2022 was het jaar van herstel.
“Een van de ambities van Leiden, City of Science 2022, was dat de wetenschap meer aandacht kreeg. Een aantal lezingen van Studium Generale was op bijzondere locaties, verspreid door de stad. Dat was heel leuk”, vertelt Laetitia Smit, afdelingshoofd Studium Generale, HOVO en LAK-cursussen. “In 2022 waren de activiteiten van Studium Generale in het Lipsius, in een collegezaal en een enkele keer in een van de Leidse musea. Verder draait het ongeveer als voorheen”, zegt Smit. “Dat betekent: ongeveer hetzelfde aantal deelnemers. En dezelfde variëteit aan onderwerpen.”
Sinds de coronaperiode worden alle Studium Generale colleges gestreamd en opgenomen om terug te kunnen kijken. “Voor Studium Generale is dat een manier om de doelgroep uit te breiden. De reguliere Studium Generale colleges van 2022 in het Lipsius kun je nog terugkijken. Maar omdat niet alle locaties de juiste faciliteiten hadden, zijn in 2022 niet van alle colleges opnames gemaakt.”
Ook de cursussen kunst en cultuur van het LAK hebben weer ongeveer hetzelfde aantal deelnemers als voor corona. Het LAK biedt activiteiten aan waarbij studenten elkaar ontmoeten. Het zijn activiteiten waarbij je soms samen moet zijn, zoals bij muziek maken. Daaraan was duidelijk weer behoefte. Opvallend was het grote aantal internationale studenten onder deze deelnemers.
Waar bij Studium Generale en het LAK de cursisten de weg naar de zalen weer snel wisten te vinden, bleek dat bij HOVO lastiger. HOVO biedt collegereeksen aan voor 50-plussers. Smit: “Die groep is nog wat voorzichtig. We hadden veel mensen die de ene cursus hadden afgerond en dan aan een volgende begonnen. Maar velen hebben andere routines ontwikkeld, waarmee ze hun dagen vullen. Die mensen winnen we kennelijk niet zomaar terug.”
De interesse voor online cursussen is niet groot bij HOVO. Er is nogal wat gratis aanbod op dat gebied. Wel is een voldoende groot deel van de doelgroep geïnteresseerd in online cursusbijeenkomsten over onderwerpen die visueel interessant zijn, zoals over kunstgeschiedenis, merkt Smit. “Zo was er in 2022 een cursus over tuinkunst in verschillende landen over de hele wereld. Daarbij kregen deelnemers een virtuele rondleiding. Veel mooie beelden, weinig interactie; dat werkt wel.”